1. Definieer waarde
Deze eerste stap uit de Leanfilosofie is meestal gericht op de producten en diensten zelf: wat moeten deze kunnen en doen in de ogen van de klant? Ook de verpakking van goederen heeft invloed op de waardeperceptie bij de klant. Een uniforme en professionele uitstraling van de verpakking draagt bij aan de kwaliteitsbeleving. Daarmee vormt de verpakking een mogelijkheid tot waardevermeerdering voor de klant.
Denk alleen al aan de verpakkingen van hedendaagse smartphones en je ziet dat de verpakking inmiddels onderdeel is geworden van het product. Andersom, als producten aankomen in een gebrekkige verpakking, ziet de klant dit als een vermindering in waarde van het totale product. Zeker als het product hierdoor te laat of beschadigd aankomt. En dan hebben we het nog niet eens over een verkeerde levering door een labelfout op de doos. Ook dit zorgt vaak voor een sterke daling in waardeperceptie.
2. Breng de waardestroom in kaart
Bij het in kaart brengen van de waardestroom komt meestal maar een deel van de verpakkingsgerelateerde verspillingen aan het oppervlak. Dit komt allereerst omdat alleen gekeken wordt binnen het eigen bedrijf of warehouse en niet daarbuiten. Veel onnodige waste in het proces ontstaat wanneer een volgende schakel in de keten een andere verpakkings- en/of labelbehoefte heeft. Het maken van ketenbrede afspraken kan dit voorkomen.
Daarnaast wordt vaak naar (productie-)activiteiten en handelingen gekeken. Echter, op het vlak van verpakken zit er ook een groot verspillingscomponent ‘in de doos’. Hoeveel lucht verstuur je omdat jouw werknemers niet weten wat de best passende doos is? Dit kan behoorlijk in de papieren lopen, alleen al wanneer je kijkt naar transportkosten.
3. Ononderbroken flow
Binnen de Lean-managementfilosofie wordt er in de derde stap gestreefd naar een ononderbroken flow van het product of dienst door de keten door waste te elimineren. Waar niet altijd bij wordt stilgestaan, is dat onderbrekingen in die fysieke flow vaak worden veroorzaakt door onregelmatigheden in het verpakkingsproces.
Ompakken komt bijvoorbeeld veel voor omdat leveranciers een andere verpakkingseenheid hebben dan waar de klant uiteindelijk om vraagt. Vaak denken zij dat deze vorm van waste onvermijdelijk is. Toch voorkom je deze waste eenvoudig als je de leverancier kunt vertellen hoe hij volgens jouw specificatie moet verpakken. De technologie is daarvoor tegenwoordig voorhanden.
4. Just in time: van push naar pull
Volgens het vierde Lean-principe moet je overproductie voorkomen. Met andere woorden, organisaties schuiven van een push- naar een pull-gerichte (productie-)oriëntatie.
Wat hierbij vaak over het hoofd wordt gezien, is dat het ‘just-in-time-principe’ een tijdsdruk legt op het verpakken van producten. Wanneer we ervan uitgaan dat de activiteit verpakken aan het einde van de productie plaatsvindt en vaak direct voorafgaand aan de verscheping, komt daar de bottleneck te liggen. Er is geen sprake van buffervoorraad, dus alles moet in een dusdanig tempo verpakt worden dat transport cut-off-tijden gehaald worden.
Dit kan alleen met juist gedefinieerde verpakkingsinstructies en een overzichtelijke verpakkingsrange. Anders kan deze tijdsdruk om de cut-off-tijd te halen zomaar leiden tot het onjuist of gebrekkig verpakken van producten. Of tot het missen van de cut-off-tijd.
5. Blijf streven naar perfectie
‘Continuous Improvement’ en daaraan gekoppeld het scheppen van voorwaarden voor een cultuur waarbinnen deze continue verbeteringen kunnen plaatsvinden, is een belangrijk onderdeel van Lean management.
Juist op het gebied van het verpakken is dit van cruciaal belang. Dit speelveld is enorm dynamisch doordat de frequentie van nieuw ingebrachte variabelen (producten, leveranciers, bestemmingen, klanteisen, etc.) erg hoog is. Het is daarom een must om steeds mee te bewegen met die veranderingen.
Degene die als eerste een mogelijke improvement herkent, bevindt zich meestal op de werkvloer. Maak daarom gebruik van die informatie en faciliteer oplossingen om alle informatie te bundelen en in te zetten.