De PPWR introduceert duidelijke en bindende eisen die direct van invloed zijn op industriële verpakkingen. Voor bedrijven die werken met pallets, kratten, herbruikbare flightcases of maatwerk transportkisten, zijn dit de belangrijkste punten om rekening mee te houden.
Hergebruik als norm
Vanaf 2030 moet minimaal 40 procent van een vastgestelde groep transportverpakkingen herbruikbaar zijn binnen een formeel hergebruiksysteem. Hieronder vallen onder andere pallets, kratten, trays, bakken, vaten, emmers, IBC’s en bepaalde dozen. De 40 procent wordt berekend over het totale aantal van deze verpakkingen dat een bedrijf gebruikt en niet afzonderlijk per verpakkingstype.
Dit betekent dat verpakkingen niet alleen fysiek sterk genoeg moeten zijn voor meerdere rotaties, maar ook aantoonbaar binnen een hergebruiksysteem moeten worden gebruikt. Bedrijven moeten daarom inzicht hebben in hun verpakkingsvoorraad en het aantal gebruikscycli.
Voor transporten tussen eigen vestigingen, verbonden ondernemingen en leveringen aan bedrijven binnen dezelfde lidstaat geldt voor deze verpakkingsvormen in principe 100 procent hergebruik. Palletwikkels en omsnoeringsbanden zijn uitgezonderd van deze specifieke 100%-regel.
Beperken van lege ruimte
De verordening stelt dat het verpakkingsvolume zo efficiënt mogelijk moet worden benut. Vanaf 2030 mag bij niet-herbruikbare transport-, verzamel- en e-commerceverpakkingen maximaal 50 procent van het totale verpakkingsvolume uit lege ruimte bestaan. Herbruikbare verpakkingen die onderdeel zijn van een hergebruiksysteem vallen niet onder deze 50%-regel.
Dit heeft gevolgen voor het ontwerp van interieurs, stapelbaarheid en het gebruik van opvulmateriaal.
Recycleerbaarheid en materiaalkeuze
Vanaf 2030 moeten verpakkingen minimaal voldoen aan recycleerbaarheidscriteria volgens een Europese grading: A, B of C. Een verpakking met klasse C moet voor minimaal 70 procent recyclebaar zijn. Vanaf 2038 vervalt klasse C en moet een verpakking minimaal klasse B behalen, wat overeenkomt met een recyclebaarheid van minimaal 80 procent.
Dit vraagt om materiaalkeuzes die recycling bevorderen, zoals het vermijden van samengestelde materialen of moeilijk te scheiden componenten. Voor specifieke verpakkingen, waaronder bepaalde verpakkingen voor gevaarlijke goederen, gelden uitzonderingen.
Gerecycleerde inhoud in kunststof
Voor kunststof onderdelen van verpakkingen gelden minimumeisen voor het gebruik van post-consumer gerecycleerd materiaal. De percentages verschillen per type verpakking en worden stapsgewijs verhoogd richting 2040.
Voor kunststofverpakkingen die niet onder een specifieke productcategorie vallen, geldt vanaf 2030 in principe een minimum van 35 procent post-consumer gerecycleerd kunststof. Dit percentage wordt gemiddeld berekend per productielocatie en per jaar. Voor onder andere verpakkingen voor gevaarlijke goederen gelden uitzonderingen.
Nieuwe etikettering en digitale informatie
Vanaf 2028 komt er voor veel verpakkingen een uniform Europees materiaallabel. Reguliere transportverpakkingen zijn van deze algemene labelplicht uitgezonderd. De verplichting geldt wel voor e-commerceverpakkingen.
Vanaf 2029 moeten herbruikbare verpakkingen herkenbaar zijn aan een hergebruikslabel. Ook moet via een QR-code of andere digitale gegevensdrager informatie beschikbaar zijn over het hergebruiksysteem, inzamelpunten en gebruikscycli. Dit betekent niet dat iedere verpakking continu realtime gevolgd moet worden, maar bedrijven moeten het gebruik en hergebruik wel aantoonbaar kunnen maken.
De Europese Commissie werkt de precieze vorm van de labels en digitale gegevensdragers nog verder uit. Daardoor kan de praktische ingangsdatum van deze onderdelen nog opschuiven.