Waar DOA’s werkelijk vandaan komen
Onderdelen die bij aankomst defect zijn (DOA’s), lijken vaak een puur logistiek probleem. Een onderdeel raakt beschadigd tijdens het transport of lijkt niet goed verpakt te zijn. De werkelijkheid is echter complexer. Uit onderzoek blijkt dat de oorzaken van DOA’s grofweg in drie categorieën kunnen worden onderverdeeld:
- Logistiek: fouten bij de verpakking, opslag of het transport leiden tot schade.
- Kwaliteit van het onderdeel: productieafwijkingen of verborgen gebreken zorgen ervoor dat onderdelen bij levering defect zijn.
- Servicekwaliteit: installatiefouten, onjuiste behandeling of verkeerde diagnoses door de buitendienstmonteur.
Aan deze laatste categorie wordt vaak te weinig aandacht besteed, hoewel de impact aanzienlijk is. Een onjuist geïnstalleerd of te snel afgekeurd onderdeel belandt al snel in de DOA-stroom. Het gevolg is onnodige retourzendingen, spoedleveringen en frustratie bij de klant. Dit leidt tot zogenaamde No Failure Found-gevallen, waarbij het onderdeel in werkelijkheid wel goed functioneert, maar toch als defect wordt geregistreerd. Dit leidt niet alleen tot hogere kosten, maar ook tot verstoorde voorraadniveaus en onbetrouwbare gegevens over de werkelijke kwaliteit van onderdelen.
Door beter te begrijpen dat DOA’s niet alleen in de toeleveringsketen voorkomen, maar juist ook bij de laatste schakel, de buitendienstmonteur, wordt duidelijk waar de grootste kansen voor verbetering liggen.
De rol van de buitendienstmonteur
Buitendienstmonteurs staan in de frontlinie wanneer zich een DOA voordoet. Zij zijn vaak de eersten die een defect onderdeel opmerken en moeten onmiddellijk handelen om de klant weer operationeel te krijgen. Het werk houdt niet op bij de loutere constatering. Er volgt een uitgebreide diagnose, het vervangen van het onderdeel, het testen van de oplossing en het opstellen van rapporten voor de interne organisatie.
Volgens het onderzoek kost dit proces gemiddeld drie tot vijf extra uren. Dit is kostbare tijd die een FSE anders had kunnen besteden aan geplande installaties of onderhoudswerkzaamheden. Bovendien ondervinden klanten tijdens deze periode vaak extra stilstand, wat de druk op de FSE nog verder opvoert.
Hoe FSE’s met een DOA omgaan, is grotendeels bepalend voor het resultaat. Een goed opgeleide en uitgeruste technicus kan het verschil maken tussen een soepel herstel en een opeenstapeling van vervolgproblemen. Dit maakt hun rol niet alleen reactief, maar ook preventief: door kennis, de juiste gereedschappen en duidelijke instructies kunnen ze voorkomen dat onderdelen onnodig als defect worden bestempeld en weer in de keten terechtkomen.