Hoe Faes het risico op Dead on Arrival verkleint
Het voorkomen van DOA vraagt om meer dan alleen een sterke buitenkoffer. Het beschermingsconcept moet zijn gebaseerd op de daadwerkelijke faalrisico’s van het instrument. Denk aan impact op uitstekende onderdelen, beweging van interne componenten, beschadiging van connectoren, trillingen op gevoelige frequenties, binnendringend vocht of verkeerd handelen tijdens het inpakken en uitpakken.
Bij Faes vertalen engineers deze risico’s naar een technische verpakkingsspecificatie. Daarbij kijken zij onder meer naar het gewicht en zwaartepunt van het instrument, kwetsbare zones, de verwachte transportroute, de manier van handling, omgevingsinvloeden en het vereiste aantal hergebruikscycli. Deze uitgangspunten bepalen de constructie van de koffer, de eigenschappen van de demping, de fixatiepunten, de benodigde vrije ruimte en de indeling van het interieur.
De volledige configuratie wordt als één systeem beoordeeld. Een beschermkoffer kan alsnog tekortschieten wanneer het schuim te hard is, zware onderdelen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen of belastingen worden overgebracht op een kwetsbaar deel van het instrument. Daarom ontwikkelt Faes de buitenkoffer, het interieur en de fixatiemethode in samenhang. Ook praktische eisen, zoals reproduceerbaar inpakken, visuele inventariscontrole, kabelopslag, hijspunten en toegang voor kalibratie of onderhoud, kunnen in het ontwerp worden meegenomen.
Wanneer het transportrisico daar aanleiding toe geeft, kan het ontwerp worden onderbouwd met berekeningen, prototypes of configuratiespecifieke tests. De testcriteria moeten aansluiten op de verwachte schok-, trillings- en omgevingsbelasting, in plaats van te leunen op een algemene materiaal- of productclaim. Faes combineert binnen dit proces technische selectie, engineering, integratie, productie en validatie. Algemene normclaims moeten altijd worden gekoppeld aan het daadwerkelijk geteste model, de gekozen configuratie en de beschikbare documentatie.